© EU-fonds-dofi

Cel Europese Fondsen

Buitengrenzenfonds en Europees Terugkeerfonds

 

 

home.
contacteer ons.
nieuws-oproepen.
algemeen.
EU Terugkeerfonds.
Buitengrenzenfonds.
Documenten.
FAQ.
Voorwaarden Wanneer en hoe? In te vullen formulieren Selectieprocedure

Met de steun van de Europese Commissie

Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken Overheidsdienst Binnenkandse Zaken

RF Projects EBF Projects
Voorwaarden tot indiening van een subsidie-aanvraag bij het EBF

Hieronder vindt u enkele algemene puntjes.
In de praktijk zal het aantal organisaties dat feitelijk in aanmerking komt voor subsidie vanuit het fonds beperkt zijn, omdat relatief weinig organisaties een rol spelen op het beleidsterrein van de buitengrenzen. Bovendien nemen ze een monopoliepositie in op hun terrein en om die reden kan het niet anders dan dat zij bepaalde projecten, die in het jaarprogramma zijn geïdentificeerd, zullen uitvoeren. Om deze reden worden de projecten rechtstreeks aan hen toegewezen. 

Voor het Buitengrenzenfonds worden alle projecten uitgevoerd door publieke instellingen die een wettelijk monopolie bezitten in de materie

 We zetten even een paar belangrijke kenmerken van een project voor het EBF op een rijtje. Indien uw project niet aan alle kenmerken voldoet, zal het niet in overweging genomen worden.

1) Het EBF financiert alleen projecten die kunnen aantonen dat ze geen lucratief karakter hebben. Dit betekent niet dat een project niet voor opbrengst kan zorgen. Het kan immers gebeuren dat een project inkomsten genereert door middel van inschrijvingsrechten voor een studiedag of de verkoop van een publicatie. Dit principe betekent echter dat deze inkomsten als medefinanciering worden beschouwd naast de Europese subsidie (waardoor de subsidie dus met het bedrag van de inkomsten wordt verminderd).
Deze maatregel betekent echter niet dat lucratieve organisaties worden uitgesloten van het project. Ook zij kunnen promotor zijn, maar alleen op voorwaarde dat het project hen geen financiële meerwaarde geeft.

2) Subsidies: de algemene regel is dat het EBF 50% subsidieert van de uitgaven die effectief werden besteed aan het project en die in aanmerking komen voor subsidies.
Niet-subsidiabele uitgaven zijn uitgaven die niet in aanmerking komen en dus niet in de eindberekening kunnen worden opgenomen (bijvoorbeeld: de meeste representatiekosten). Dit betekent dat voor een project waarvan de totale subsidiabele kost voor 50% wordt gedekt door het EBF, andere vormen van cofinanciering moeten worden gezocht om de resterende schijf ten belope van 50% en eventueel niet-subsidiabele kosten te financieren.
In de praktijk: een project met een budget van 11.000 EUR met 1.000 EUR niet-subsidiabele kosten. Het EBF komt tussen voor maximum 50% van de subsidiabele kosten die effectief werden gerealiseerd en aangetoond, dit wil zeggen maximum 5.000 EUR. Er zullen dus andere middelen moeten worden gezocht voor minstens 6.000 EUR.
Er bestaat een uitzondering op de regel van 50%, namelijk projecten die kaderen binnen de strategische prioriteiten van de beslissing tot oprichting van het EBF. Deze prioriteiten kunnen worden gefinancierd tegen maximum 75%. 
Er moet voldoende garantie van deze cofinanciering zijn om het project kans op slagen te geven.

3) Het EBF subsidieert alleen projecten. De dagelijkse werking van een organisatie kan niet worden gefinancierd. Onder project verstaan we alle acties die zich afspelen binnen een welbepaalde termijn waardoor enkele welbepaalde objectieven kunnen worden bereikt en die een eigen en duidelijke meerwaarde creëren die duidelijk identificeerbaar is.

4) Het EBF subsidieert alleen projecten die acties oprichten die kaderen in de doelstellingen vastgelegd door België.

5) Looptijd projecten. Een project dat in een bepaald jaar start moet uiterlijk op 31 december van het volgende jaar eindigen. Indien u een project hebt dat deze termijn zal overschrijden, kan u best met ons contact opnemen om naar een mogelijk oplossing te zoeken.
Uiteraard hoeven de projecten niet zo lang te duren, projecten van 2 maanden kunnen net zo geschikt zijn als projecten van 2 jaar.
Er wordt gewerkt met jaarprogramma's die telkens twee jaren omvatten.
Projecten ingediend in het jaarprogramma 2009 moeten bijvoorbeeld afgelopen zijn op 31 december 2010.